Aan het eind van deze oefening kun je de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd correct spellen door de regels voor de stam en +t toe te passen.
Kladblok / Visualisatie
Oefenblad: Werkwoordspelling (tt)
Naam: ___________________________
Klas: ________
Datum: ________
Oefening: Persoonsvorm in de tt
help_center De ik-vorm vinden
De basis voor het vervoegen in de tegenwoordige tijd is de ik-vorm (ook wel de stam genoemd).
Je vindt de ik-vorm door '-en' van het hele werkwoord af te halen. Bijvoorbeeld: het hele werkwoord is werken, de ik-vorm is werk. Bij het onderwerp 'ik' gebruik je altijd deze vorm.
rule Wanneer schrijf je +t?
Als het onderwerp hij, zij, het, of u is, schrijf je de ik-vorm plus een t (stam+t).
Bekijk het voorbeeld op het linker scherm!
Klik op "Volgende stap" om te zien hoe de regel met 'jij' werkt.
extension Begrippen Quiz: Spelregels
Controleer of je de regels begrijpt. Sleep de onderstaande woorden naar de juiste lege plekken in de zinnen.
ik-vorm
t
stam
1. Bij het onderwerp 'ik' gebruik je altijd de
.
2. Bij de onderwerpen 'hij', 'zij' en 'het' schrijf je de ik-vorm plus een
.
3. Als 'jij' of 'je' achter de persoonsvorm staat (in een vraag), gebruik je alleen de
zonder extra toevoeging.