Een voltooid deelwoord geeft aan dat een actie is afgerond. Je gebruikt het in een zin meestal samen met een hulpwerkwoord (hebben, zijn of worden).
Hoe schrijf je het?
1. Het begint vaak met het voorvoegsel
ge-.
2. Bij
zwakke werkwoorden eindigt het op een
-t of een
-d. Hiervoor pas je de regel van 't kofschip toe op de stam van het werkwoord (zonder -en).
3. Bij
sterke werkwoorden verandert vaak de klank en eindigt het woord op
-en (bijv. zwemmen → gezwommen).
Bekijk het stappenplan op het linker scherm.
Klik op "Volgende stap" om te zien hoe we het woord opbouwen.